In ons grillige klimaat is uit het verleden gebleken dat het maken van een seizoens-, in dit geval een winterverwachting, erg moeilijk is. Er wordt al jarenlang mee geëxperimenteerd, maar de ene keer meer succesvol dan de andere. Ieder seizoen is ons klimaat onderhevig aan sterke schommelingen, wat een solide seizoensverwachting erg lastig maakt in vergelijking tot een stabieler klimaat als bijvoorbeeld dat in de tropen. In samenwerking met het aan Meteo Consult gelieerde WCS, World Climate Service, is een verwachting gemaakt voor deze winter. Opmerkelijk genoeg werd deze in oktober 2009 opgesteld en leek toen al vrij zeker van zijn zaak te zijn; er komt deze winter een langdurige vorstperiode aan. Als we de weerkaarten voor de komende dagen erbij houden, lijkt die ontwikkeling bewaarheid te worden.
De verwachting werd gebaseerd op een aantal belangrijke factoren, namelijk het wel of niet aanwezig zijn van een El Niño of La Niña, het orkaanseizoen en het optreden van een positieve of een negatieve NAO-index. Deze laatste geeft het verschil aan tussen de gemiddelde luchtdruk in het zeegebied nabij IJsland en de luchtdruk nabij de Azoren.
El Niño
Met de aanwezigheid van een zwakke tot matige El Niño zou er bij ons gedurende de wintermaanden een meridionale stroming op gang moeten komen. Dat wil zeggen dat er flinke bochten in de straalstroom zitten, met de daarbij horende afwisseling tussen gebieden waar het kouder is dan normaal (de noordelijke takken) en gebieden waar het juist warmer is dan normaal (de zuidelijke takken).
Dat zien we nu duidelijk terug. Er ligt een hogedrukgebied boven IJsland en daar rondom heen stroomt vanuit het noorden steeds koude lucht uit tot boven ons land. De straalstroom, met de koudere lucht ten noorden daarvan en de zachtere lucht ten zuiden, ligt hierdoor nu erg zuidelijk. De lagedrukgebieden komen dan ook niet, zoals meestal het geval is, ten noorden van ons langs schuiven, maar trekken nu veel zuidelijker over Europa. Dit levert bij ons veelal zuidoost- tot noordoostelijke winden op en dus aanvoer van koudere lucht uit het (noord)oosten van Europa en Rusland. Tegelijkertijd komt in de bovenlucht steeds weer kou vanuit Scandinavië naar ons toe.
NAO-index
Er zijn ook andere omstandigheden die aanwijzingen boden voor het type stroming dat deze winter zou gaan domineren. En dat was een band met boven normale watertemperaturen die zich uitstrekte van het zeegebied aan de oostkant van Canada, ten zuiden van Groenland langs richting IJsland en van daar naar de Noorse Zee, onze eigen Noordzee en de Golf van Biskaje. De vorm van dit warme gebied is uit het verleden bekend en leidde in voorkomende gevallen in de winter vaak tot een negatieve NAO-index. Dat wil zeggen dat het verschil tussen de gemiddelde luchtdruk in het zeegebied nabij IJsland en de luchtdruk nabij de Azoren klein is. Vaak gaat een negatieve NAO-index samen met regelmatig terugkerende (en vaak blokkerende) hogedrukimpulsen op noordelijke breedten, met bijbehorende grote bochten in de straalstroom. Het circulatiepatroon komt dan over een groot gebied vast te zitten met zeer persistente weertypes als gevolg en ook dat is iets waar we nu ook mee te maken hebben.
Orkaanseizoen
Een laatste factor die in dezelfde richting wees, was het verloop van het afgelopen orkaanseizoen, zowel op de Atlantische Oceaan als op de Pacific. Orkanen die in de gebieden rond of beneden 30 graden noorderbreedte ontstaan en vervolgens boven zee in een noordoostelijke bocht terugbuigen naar gebieden boven 40 graden noorderbreedte, kunnen ervoor zorgen dat grote hoeveelheden warmte uit de tropen uiteindelijk (in sterk verzwakte vorm) het noordpoolgebied weten te bereiken.
Gaat het tijdens het orkaanseizoen om twaalf of meer van dit soort stormen, zoals vorig jaar, dan lijkt de straalstroom een voorkeur te hebben voor een positie die het noordoosten van de VS en Canada warmer winterweer dan normaal oplevert. Dit blijkt uit een onderzoek dat naar dit proces in het verleden is gedaan. Bij 5 of minder is de meridionale stroming, met die gebieden juist in de koude tak van de straalstroom, lichtjes in de meerderheid. Dit jaar zijn er 5 of 6 stormen geweest die aan het criterium voldoen dat aan dit type stormen wordt gesteld. Op basis hiervan meende World Climate Service dat meridionale stromingen deze winter in het voordeel zijn.
De neuzen wijzen in dezelfde richting
Alle eerder genoemde factoren wezen toen dus al vrijwel in dezelfde richting en tot dusverre lijkt het allemaal redelijk goed overeen te komen met wat we deze winter al hebben gezien en mogelijk dus ook met wat ons allemaal nog te wachten staat. Ook in de maanden januari en februari zou het flink koud moeten worden volgens deze verwachting. Als ook dat uitkomt, dan hebben we dus nog het een en ander aan kou voor de boeg.
Ook in de weermodellen is al een tijdlang een koudere periode zichtbaar en die komt er steeds overtuigender in te zitten. Hij lijkt zelfs iedere dag een etmaal langer te worden en vooralsnog gaat het om de eerste twee weken van januari. Overdag komt het dan tot lichte vorst en in de nachten gaat het geregeld matig tot streng vriezen.
zondag 3 januari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten