zondag 10 januari 2010

Bobath-therapie

Korte geschiedenis van het Bobathconcept

Sedert 1943 hebben Dr. Karel Bobath en zijn echtgenote mevrouw Bertha Bobath de problematiek van de kinderen met CP (Cerebrale Parese) op een, op dat ogenblik totaal nieuwe manier, aangepakt.

Bobath therapie is een therapie die zich voornamelijk richt op kinderen en volwassenen met een hersenletsel, maar ook kinderen met motorische onrust komen hiervoor in aanmerking. De behandeling baseert zich op het feit dat spasticiteit, (een vorm van stijfheid in de bewegingen) of de verhoogde spiertonus geen onomkeerbaar fenomeen is, maar modificeerbaar.

Dit concept bracht hen ertoe het belang in te zien van vroegtijdige opsporing, behandeling en begeleiding van de ouders. Sedert 1951 hebben ze therapeuten uit verschillende landen opgeleid. Aansluitend werden therapeuten opgeleid om de methodiek op hun beurt verder te onderrichten. Sedert het overlijden in 1991 van K. en B. Bobath, gaan andere therapeuten voort op de door hen ingeslagen weg, actualiseren de praktijk, het onderzoek en de kennis.

Behandeling

In eerste instantie streeft men er naar de tonus te normaliseren om een beter posturaal mechanisme uit te lokken. Hierdoor kan de patiënt het sensori-motorisch “normale” ervaren, en daardoor meer harmonieuze en aangepaste bewegingspatronen leren kennen, onder andere de opricht-, evenwicht en steunreacties. Het is het herhalen van deze ervaring die de patiënt de mogelijkheid geven een betere controle te ontwikkelen over houding en beweging, om daardoor langzaam een betere interactie met de omgeving mogelijk te maken. Dit is de basis van het Bobathconcept.

Omdat alle patiënten met CP verschillend zijn, zijn hun therapeutische noden ook specifiek en individueel. Voor elke patiënt moet de therapeut precies de mogelijkheden en sensori-motorische moeilijkheden vaststellen, en daarenboven de manier waarop hij zijn houdingen en bewegingen organiseert, en de kwaliteit ervan. Op basis van deze continue evaluatie gaat de therapeut voortdurend de therapie bijsturen.

Daarnaast kan het niet behandelen bijkomende gevolgen van de pathologie versterken, zoals het ontwikkelen van contracturen en orthopedische misvormingen. De therapie heeft dus evenzeer tot doel zoveel mogelijk de orthopedische problemen te voorkomen. Man kan nogmaals stellen, dat het niet alleen het bereiken van de motorische functie is die belangrijk is, maar ook de manier waarop die functie uitgevoerd wordt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Site Meter