maandag 29 maart 2010

Universal Design

De perfecte standaardmens voorbij, Universal Design moet ontwerpers de ogen openen


Gehandicaptenbewegingen besteden traditioneel veel aandacht aan de toegankelijkheid van gebouwen en informatie. Terecht: vaak kan daar zelfs in overheidsgebouwen nog veel aan worden verbeterd. ’Maar eigenlijk is de enge en exclusieve focus op toegankelijkheid niet echt de juiste benadering’, vindt professor architectuur Hubert Froyen. ’Ze gaat ervan uit dat gebouwen en dingen op maat van ’normale’ mensen worden gemaakt, om ze daarna aan te passen aan allerlei handicaps. Universal Design gaat ervan uit dat die ideale standaardmens niet bestaat en dat elke mens in de loop van de persoonlijke levenscyclus wisselende capaciteiten en beperkingen heeft.’

Het verschillende uitgangspunt van Universal Design (of Design for All, zoals de beweging in Europa ook wel wordt genoemd) is geen theoretisch woordspelletje. Froyen: ’Ontwerpers zijn over het algemeen bijzonder vormgedreven. Dat is natuurlijk ook nodig: ontwerpen draait nu eenmaal rond de ontwikkeling van nieuwe vormen met nieuwe materialen. Maar de mens wordt bij die vernieuwingen wel eens vergeten. Universal Design, daarentegen, is meer mensgedreven: is al dat moois ook wel goed bruikbaar, en goed bruikbaar voor iedereen? Dat is een fundamenteel ander uitgangspunt.’

Weg van Leonardo

De mens die Universal Design centraal stelt, is niet de ideale, gespierde mens zoals Leonardo da Vinci hem tekende en zoals de meeste mensen zichzelf nog altijd graag zien. ’Want die ideale mens bestaat niet. Mensen zijn groot of klein, dik of dun en ze hebben meestal meer dan één fysieke of mentale beperking. Mensen dragen een bril, horen wat minder goed of zitten in een rolstoel - permanent of tijdelijk, bijvoorbeeld omdat ze een been hebben gebroken. Dat is de echte eye-opener van Universal Design: niet de klassieke lichamelijke handicap wordt als maatstaf genomen, maar elke situatie waarin iemand niet honderd procent kan functioneren. Waarom kan iemand zijn of haar linkerarm niet gebruiken? Bijvoorbeeld door een lichamelijke handicap. Maar het kan ook een moeder zijn die haar baby moet vasthouden, of iemand die met de auto aan het rijden is. Dat zijn op dat moment óók gehandicapten, want als die moeder het dopje van een shampoofles moet schroeven, heeft ze evenveel problemen als een ’echte’ gehandicapte.’

Door het begrip handicap zo te definiëren, verruimt Universal Design de groep personen met een handicap tot zowat de hele wereldbevolking - zij het dat sommige handicaps tijdelijk zijn. ’En dan krijg je heel andere statistieken. In Frankrijk is onlangs een enquête gehouden waarbij men niet vroeg naar een lichamelijke handicap uit de klassieke categorie, maar wél: ’Hebt u problemen om uw schoenveters dicht te knopen?’ Het bleek om een enorm percentage te gaan: mensen die rugklachten hadden, die op dat moment in het gips zaten, enzovoort. Als je eenmaal ziet hoeveel mensen dergelijke problemen hebben, is het maar logisch dat je je ontwerpen daaraan gaat aanpassen. Het is zoals met bedden: die worden steeds groter omdat de mensen steeds groter worden. Dat vinden we normaal. Waarom vinden we het dan niet normaal dat ook met andere afwijkingen van de standaard rekening wordt gehouden?’

Mentale déclic

’Dat is de mentale déclic die designers en architecten moeten maken, en die ze nog veel te weinig maken. In de praktijk gebeurt dat nog veel te weinig: vaak wordt de voorhoede gevormd door ontwerpers die in hun directe omgeving met handicaps worden geconfronteerd. Of zoals de stichter van Oxo, die jarenlang succesvolle keukenapparaten had ontworpen en toen merkte dat zijn vrouw, die artritis had, ze niet goed kon hanteren. Pas dan ging hij dingen ontwerpen met bredere handvatten en gemakkelijke grepen. Het kost evenveel moeite maar het voorwerp kan wel door veel meer mensen worden gebruikt. En dat is échte ergonomie.’

’Natuurlijk kun je niet zeggen: dàt ontwerp is Universal Design en dàt niet. Je kunt hooguit stellen dat bepaalde objecten en gebouwen méér universeel zijn in hun gebruiksmogelijkheden. En het ideaal zal nooit worden bereikt: soms zijn er nu eenmaal aparte oplossingen nodig, en ook het budget is vaak een drempel om voorwerpen en gebouwen zo te ontwerpen dat ze bruikbaar zijn voor iedereen in plaats van voor een soort ideële standaardmens. Maar wie bij het ontwerpen in zijn achterhoofd houdt dat mensen verschillen, komt al een heel eind. Universal Design is geen onbereikbaar streefdoel is: het wordt vandaag al toegepast en het zal tegelijk nooit volledig worden toegepast.’

Delen
Follow Tooike on Twitter

zondag 21 maart 2010

Doof De Macht

De lichte branding van je stem, streelt mijn ogen;
De warme woorden, de volle zinnen
vertellen geen verhaal, doch doen ze me huiveren.
Het is een lied van een nachtgaal.
De tengere verschijning van je lichaam,
doen mijn woorden sterven.
Je gracieusheid, je stille beweeglijkheid is ontroerend.
Ik voel me alleen, maar niet zonder jou.

De bergen slorpen de kabbelende zee op,
de zomerregen doet de droogte sterven,
de wind waait alle zandkorrels weg,
de vissen exploreren de diepte van de oceaan.
Hier sta ik, te verlangen naar hoop,
te hopen op hunkering.

Mijn gesloten ogen ontwaken en turen rond;
ik zie bergen in zee,
wegkwijnende oases in de droogte,
klittende vaste grond.
Ik voel me alleen, maar niet zonder jou.

De desolaatheid van ons plekje wordt verstoord
door een huppelend marmotje en fladderende vlindertjes.
Het twee-zijn is aanwezig,
Ons grijpen voelt het marmotje;
Ik voel jou, maar niet alleen.

De fierheid van het marmotje kent geen grenzen.
Als een dief in de nacht ontsnapt het uit onze handen;
mijn handen voel ik niet meer,
ik voel jou...

Je streelt m'n stem, mijn vingers verkennen je strelende ogen;
Je ogen worden vochtig,
je gelaat is zo zacht.
Onze handen steken we weg,
en maken plaats voor je lippen
die langzaam onzichtbaar worden.
Ik voel.

Ik voel je innerlijkheid,
de warmte van een eeuwige vlam,
die schittert in je hart.
Ik raak je angsten;
de laatste rillingen van het smeltend ijs.
Ik hoor je hart voortdurend kloppen tegen mijn longen.
Het zingt een lied van een nachtegaal.
Ik voel jou...

Je voelt mij...

Je voelt...

Wij voelen...
Delen
Follow Tooike on Twitter

zaterdag 20 maart 2010

Wat eten renners zoal voor en tijdens de wedstrijd

Hoe eet je in godsnaam genoeg om 298 kilometer af te leggen? Ongeveer 6.000 calorieën nemen de renners tot zich, al te beginnen vrijdagavond. De Gazzetta dello Sport publiceerde gisteren het hele lunchpakket van Alessandro Petacchi, en dat wilden we u toch niet onthouden.


VRIJDAGAVOND

150 g pasta, 150 g rijst, 200 g kipfilet, een beetje gekookte aardappelen, groentjes, een stukje taart.


ZATERDAG

6.15 uur: ontbijt 1
- Toast met confituur
- Lauwe melk met suiker


6.30 uur: ontbijt 2
- 100 gram pasta met olijfolie en een beetje parmezaankaas
- Omelet van 2 à 3 eieren
- 1 of 2 tassen koffie.

9.20 uur: Vertrek
- 4 broodjes met honing
- 2 energierepen
- 2 drinkbussen (1 thee, 1 water)

13 uur: Eerste bevoorrading
- 2 broodjes met honing
- 2 energierepen
- 2 drinkbussen (thee, water)

15.15 uur: Tweede bevoorrading
- 1 broodje met honing
- 2 energierepen
- gels met koolhydraten

16 uur: Laatste 50 kilometer
Alleen nog gels tot zich nemen, die direct verwerkt worden door het lichaam. Water uiteraard ook.


Delen
Follow Tooike on Twitter

vrijdag 5 maart 2010

Het einde van het Westen

From hero to zero. Is dat hoe we binnenkort terugkijken op Keynes zijn wonderlijke ideeën? Deze econoom werd vorig jaar overal opgevoerd als inspiratiebron. Of het nu ging over bail-outs van vette bankiers … quantitative easing … of deficit spending. Keynes zijn receptenboek was steeds de basis van het uitgebreide menu aan maatregelen dat we kregen voorgeschoteld. De gevolgen? Stijgende overheidstekorten en schuldratio’s die verticaal gaan.


De eurozone zit inmiddels met een gemiddelde overheidsschuld van 88%. Dit cijfer zal eerder stijgen dan dalen in de komende jaren. Het zal op zijn minst jaren duren vooraleer de grote begrotingstekorten verdwijnen. Politici zijn simpelweg niet bereid om moeilijke maatregelen te nemen. De tekorten zijn vanzelf gekomen en zullen ook vanzelf wel weer verdwijnen. Een hoge economische groei en een permanente lage rente. Meer is er niet nodig om de tekorten af te bouwen.

Besparen? Met wie zijn centen moeten politici dan nog stemmen kopen? Nee, dat is bij voorbaat uitgesloten. Het is pas wanneer de obligatiemarkt een waarschuwende vinger opsteekt, zoals nu richting Griekenland, dat er enige “sense of urgency” de kop opsteekt. Zo’n begrotingstekort is het bedrag dat landen meer spenderen dan ze ontvangen. En wie meer uitgeeft dan hij verdient, moet extra lenen om de levensstijl in stand te houden.

Voor de landen uit de eurozone betekent dit dat er 530 miljard euro extra geleend moet worden. Tel daarbij nog 400 miljard euro aan obligatieleningen op eindvervaldag en 700 miljard aan korte termijn schulden die doorgerold moet worden en je zit aan 1.630 miljard euro dat dit jaar moet opgehaald worden door de uitgifte van schuldpapier. En ook de Verenigde Staten willen nog eens een kleine $1.700 miljard uit de geldmarkten sleuren.

Zondermeer gigantische bedragen. En dan spreken we hier nog maar alleen over 2010. Ook de jaren daarna zullen er megabedragen geleend moeten worden om alles recht te houden. En zo komen we opnieuw bij de kern van deze crisis. Het Westen heeft zich te diep in de schulden gestoken en beschikt niet over voldoende inkomsten om dat allemaal terug te betalen. Ik spreek hier dan over de totale schuldenlast waarbij je de schulden van particulieren, de financiële sector, bedrijven en de overheid optelt.

Het enige wat tot op heden is veranderd, is de samenstelling van deze schulden. De overheid heeft via diverse bail-outs de schulden voor particulieren en de financiële sector voor een stuk overgenomen. Is dat een oplossing? Natuurlijk niet. Uiteindelijk moeten de schulden uit dezelfde pot komen, namelijk hetgeen we allemaal samen ieder jaar verdienen (het BNP zeg maar).

En zo komen we nu bij de vraag of overheden zelf nog wel in staat zijn om aan de verplichtingen te voldoen? De obligatiemarkten beginnen alvast te twijfelen aan de zwakkere spelers. Landen met een hoge schuldenlast, grote begrotingstekorten en een grote financieringsbehoefte worden extra geviseerd. Ik denk aan Griekenland, Spanje, Portugal, Italië, Ierland en België. De Spanjaarden willen dit jaar meer dan 200 miljard euro ophalen via de uitgifte van nieuwe obligaties. Dat is ongeveer de helft van de uitstaande schuld. Welke beleggers gaan deze bedragen op tafel leggen? Zelfde oefening voor de Italianen. Zij zoeken 327 miljard euro. Of België? Zij gaan voor 90 miljard euro, één derde van de huidige overheidsschuld.

Makkelijk zal dat allemaal niet gaan. En als het geld er al zou zijn, dan zullen beleggers op zijn minst een hogere rente eisen. Een hogere rente betekent echter hogere overheidsuitgaven en verder oplopende tekorten. En het zijn die tekorten die beleggers opnieuw nerveus maken waardoor ze de volgende keer misschien nog meer rente vragen. Een vicieuze cirkel, zeg maar.

Zeker landen die richting buitenland kijken voor de financiering van de schulden zijn extra kwetsbaar. Natuurlijk, de sterkere landen zoals Duitsland kunnen landen in moeilijkheden zoals Griekenland een handje helpen door zich bijvoorbeeld garant te stellen voor bepaalde schulden. Net zoals men vroeger de banken heeft geholpen door de schulden te garanderen. Alleen zitten we zo straks met een situatie waarbij er simpelweg geen veilige landen meer zijn. De Duitsers zijn alvast op hun hoede. De bevolking beklaagt het zich alvast dat ze de sterke Duitse mark hebben opgegeven voor de euro. Een bail-out van Griekenland ligt nogal gevoelig bij de publieke opinie. En de kans is groot dat het niet stopt bij Griekenland.

Het is een beetje kiezen tussen de pest en cholera. Indien je Griekenland niet redt dan kan je meteen een kruis maken over de Griekse banksector die binnen de 24 uur zal omvallen. En eigenlijk ook over de verzekeringssector die traditioneel een grote koper is van staatspapier.

En wat met de buitenlandse banken die miljarden geleend hebben aan Griekenland? Duitse banken zouden voor tientallen miljarden euro’s de boot ingaan. En nog ééns een veelvoud van dat bedrag moeten afschrijven indien Portugal of Spanje bankroet gaat! Of met andere woorden: you’re damned if you do, and you’re damned if you don’t.

Het Westen zit diep in de miserie. Laat dat duidelijk zijn. Om de bankencrisis het hoofd te bieden, werd alles uit de kast gehaald. Eén groot monetair experiment waarvan niemand de uitkomst kan voorspellen. De gok is om, in een tijd waarin geld nogal krap is, recordbedragen te lenen op de obligatiemarkten zonder daarbij de rente op te drijven. Is er echter voldoende geld beschikbaar om al deze nieuwe schulden op te kopen?

Het doet allemaal een beetje denken aan de zomer van 2008 toen de kapitaalmarkten dicht gingen voor de banken. Kapitaalverhogingen waren plots niet meer mogelijk en dat deed de deur dicht voor de sector. De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Maar deze keer zijn het bepaalde Europese landen die moeilijker toegang krijgen tot kapitaal.

De gevolgen laten zich raden. Het lijkt mij voor de hand liggend dat een aantal Europese landen in default gaan. Dat is uiteraard niets minder dan een totale catastrofe die de wereld zoals we die kennen grondig overhoop zal zetten.

Delen
Follow Tooike on Twitter
Site Meter