Gehandicaptenbewegingen besteden traditioneel veel aandacht aan de toegankelijkheid van gebouwen en informatie. Terecht: vaak kan daar zelfs in overheidsgebouwen nog veel aan worden verbeterd. ’Maar eigenlijk is de enge en exclusieve focus op toegankelijkheid niet echt de juiste benadering’, vindt professor architectuur Hubert Froyen. ’Ze gaat ervan uit dat gebouwen en dingen op maat van ’normale’ mensen worden gemaakt, om ze daarna aan te passen aan allerlei handicaps. Universal Design gaat ervan uit dat die ideale standaardmens niet bestaat en dat elke mens in de loop van de persoonlijke levenscyclus wisselende capaciteiten en beperkingen heeft.’
Het verschillende uitgangspunt van Universal Design (of Design for All, zoals de beweging in Europa ook wel wordt genoemd) is geen theoretisch woordspelletje. Froyen: ’Ontwerpers zijn over het algemeen bijzonder vormgedreven. Dat is natuurlijk ook nodig: ontwerpen draait nu eenmaal rond de ontwikkeling van nieuwe vormen met nieuwe materialen. Maar de mens wordt bij die vernieuwingen wel eens vergeten. Universal Design, daarentegen, is meer mensgedreven: is al dat moois ook wel goed bruikbaar, en goed bruikbaar voor iedereen? Dat is een fundamenteel ander uitgangspunt.’
Weg van Leonardo
De mens die Universal Design centraal stelt, is niet de ideale, gespierde mens zoals Leonardo da Vinci hem tekende en zoals de meeste mensen zichzelf nog altijd graag zien. ’Want die ideale mens bestaat niet. Mensen zijn groot of klein, dik of dun en ze hebben meestal meer dan één fysieke of mentale beperking. Mensen dragen een bril, horen wat minder goed of zitten in een rolstoel - permanent of tijdelijk, bijvoorbeeld omdat ze een been hebben gebroken. Dat is de echte eye-opener van Universal Design: niet de klassieke lichamelijke handicap wordt als maatstaf genomen, maar elke situatie waarin iemand niet honderd procent kan functioneren. Waarom kan iemand zijn of haar linkerarm niet gebruiken? Bijvoorbeeld door een lichamelijke handicap. Maar het kan ook een moeder zijn die haar baby moet vasthouden, of iemand die met de auto aan het rijden is. Dat zijn op dat moment óók gehandicapten, want als die moeder het dopje van een shampoofles moet schroeven, heeft ze evenveel problemen als een ’echte’ gehandicapte.’
Door het begrip handicap zo te definiëren, verruimt Universal Design de groep personen met een handicap tot zowat de hele wereldbevolking - zij het dat sommige handicaps tijdelijk zijn. ’En dan krijg je heel andere statistieken. In Frankrijk is onlangs een enquête gehouden waarbij men niet vroeg naar een lichamelijke handicap uit de klassieke categorie, maar wél: ’Hebt u problemen om uw schoenveters dicht te knopen?’ Het bleek om een enorm percentage te gaan: mensen die rugklachten hadden, die op dat moment in het gips zaten, enzovoort. Als je eenmaal ziet hoeveel mensen dergelijke problemen hebben, is het maar logisch dat je je ontwerpen daaraan gaat aanpassen. Het is zoals met bedden: die worden steeds groter omdat de mensen steeds groter worden. Dat vinden we normaal. Waarom vinden we het dan niet normaal dat ook met andere afwijkingen van de standaard rekening wordt gehouden?’
Mentale déclic
’Dat is de mentale déclic die designers en architecten moeten maken, en die ze nog veel te weinig maken. In de praktijk gebeurt dat nog veel te weinig: vaak wordt de voorhoede gevormd door ontwerpers die in hun directe omgeving met handicaps worden geconfronteerd. Of zoals de stichter van Oxo, die jarenlang succesvolle keukenapparaten had ontworpen en toen merkte dat zijn vrouw, die artritis had, ze niet goed kon hanteren. Pas dan ging hij dingen ontwerpen met bredere handvatten en gemakkelijke grepen. Het kost evenveel moeite maar het voorwerp kan wel door veel meer mensen worden gebruikt. En dat is échte ergonomie.’
’Natuurlijk kun je niet zeggen: dàt ontwerp is Universal Design en dàt niet. Je kunt hooguit stellen dat bepaalde objecten en gebouwen méér universeel zijn in hun gebruiksmogelijkheden. En het ideaal zal nooit worden bereikt: soms zijn er nu eenmaal aparte oplossingen nodig, en ook het budget is vaak een drempel om voorwerpen en gebouwen zo te ontwerpen dat ze bruikbaar zijn voor iedereen in plaats van voor een soort ideële standaardmens. Maar wie bij het ontwerpen in zijn achterhoofd houdt dat mensen verschillen, komt al een heel eind. Universal Design is geen onbereikbaar streefdoel is: het wordt vandaag al toegepast en het zal tegelijk nooit volledig worden toegepast.’
Delen

Geen opmerkingen:
Een reactie posten