woensdag 28 april 2010

Noodzakelijke rateltikkers

Amper 76 van alle Vlaamse verkeerslichten zijn uitgerust met speciale ‘rateltikkers' voor blinden.


Amper vijf procent van alle Vlaamse verkeerslichten is uitgerust met speciale rateltikkers voor blinden. De reden: het lawaai werkt zienden en in de eerste plaats de omwonenden op de zenuwen. ‘Schandelijk', zeggen ze bij blindenvereniging Vebes.

Van de 1.459 verkeerslichten op de Vlaamse gewestwegen zijn er amper 76 uitgerust met een rateltikker of een blindendrukknop, dat is een kleine 5,2 procent.

De meeste van die toestellen zijn terug te vinden op de Antwerpse gewestwegen (10), in Hasselt (11) en in Brugge (12). Maar in andere steden en gemeenten is het voor blinden vaak zoeken naar zo'n rateltikker.

‘Dat op zich is al erg', zegt Yvette Vervoort, voorzitster van Vebes, de Vereniging van Blinden en Slechtzienden. ‘Maar nog erger is de reden waaróm er zo weinig staan. Mensen ergeren zich aan het geluid. We zijn wel wat gewoon als het over onverdraagzaamheid gaat, maar dat mensen zich ergeren aan het geluid van zo'n rateltikker is beledigend.'

‘Er is zoveel omgevingslawaai, motors razen soms in een snel tempo voorbij de dorpskern: dat vindt iedereen maar normaal. Maar als er dan zo'n rateltikker aanslaat, is dat voor sommigen plots een groot probleem.'

‘Onbegrijpelijk', vindt Vervoort. ‘In grootsteden zoals Londen of Praag vinden we wel aan elk verkeerslicht zo'n rateltikker. In België daarentegen wordt er alleen maar over gepalaverd.Ooit heeft men er zelfs aan gedacht heeft om de rateltikkers uit te schakelen tussen 20 uur 's avonds en 7 uur 's ochtends. Maar ook al zijn we blind, ook wij komen 's avonds nog buiten.'

Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) geeft toe dat rateltikkers geregeld aanleiding geven tot reacties over geluidsoverlast, zeker 's avonds.

Toch denkt de minister er aan om de speciale toestellen op grote schaal te installeren, op voorwaarde dat het om geavanceerde exemplaren gaat, die zo weinig mogelijk lawaai maken.


Bron: De Standaard

Delen Follow Tooike on Twitter

Het falliet van Griekenland (de cijfers)

 Ik was misschien te vroeg met mijn voorspelling, maar hetgeen ik vreesde vorig jaar, wordt vandaag werkelijkheid!


"Kleine landen die redder in nood willen spelen voor een te grote banksector, kunnen in zeer moeilijk vaarwater terecht komen. Ijsland was een beetje de kanarie in de koolmijn maar het heeft niemand belet om alsnog af te dalen.

Fortis heeft bijvoorbeeld in zijn ééntje twee keer zoveel schulden dan heel België. Je kan je terecht de vraag stellen of kleinere landen wel de middelen hebben om grote banken te ondersteunen?

Een aantal Oost-Europese landen, maar ook enkele landen binnen de Europese Unie hebben hun hand overspeeld en zijn virtueel failliet.

Het gevolg? Argentijnse toestanden. Landen die niet meer in staat zijn hun verplichtingen na te komen en hun schulden af te betalen!"

En amper enkele maanden geleden vroeg ik mij luidop af welke landen de verplichtingen niet meer kunnen nakomen.

Het antwoord is intussen bekend: Griekenland!

Griekenland zal in de komende maanden meer dan waarschijnlijk aankondigen dat men de schulden niet langer kan betalen.

Ondanks de Europese noodlening ...

Ondanks de miljarden van het IMF ...

... en ondanks de reeds aangekondigde besparingsplannen!

Hoe ik zo zeker van mijn stuk kan zijn? Simpele wiskunde.

Griekenland heeft een bruto nationaal product van 237 miljard euro. De overheid roomt hier 36,9% van af in de vorm van belastingontvangsten. Dat komt neer op ongeveer 87 miljard euro.

Maar ze spenderen echter 119 miljard waardoor een tekort van 32 miljard euro ontstaat. Om het tekort weg te werken, zou men 27% van de uitgaven moeten schrappen!

Uitzichtloos? Wacht, het wordt nog erger...

Griekenland heeft een overheidsschuld van 273 miljard euro. Deze schulden worden gefinancierd op de financiële markten waar men tegenwoordig al meer dan 10% rente moet bieden om aan geld te geraken. Voor kortere looptijden (2 jaar) zit men zelfs aan 15%.

Indien Griekenland in de toekomst 10% rente dient te betalen, betekent dit een jaarlijkse interestlast van 27 miljard euro ... of 26% van hetgeen men jaarlijks ophaalt aan belastingen.

Voor iedere vier euro inkomsten die de overheid realiseert, moet er één euro worden afgedragen aan rente!

Is het dan zo gek dat Duitsland treuzelt om Griekenland miljarden extra toe te schuiven? Het enige wat hiermee bereikt wordt, is het kopen van tijd. Maar het lijkt niet meer dan een doekje voor het bloeden. Uitstel van executie, zeg maar.

Al gelooft de Begische ... euh ex-minister van Financiën Reynders nog dat we uiteindelijk geld zullen verdienen door de Grieken een miljard euro te lenen.

Maar hij dacht indertijd ook dat we slapend rijk gingen worden door de banken te redden. Ik vrees een beetje dat het geld dat we naar Griekenland sturen in hetzelfde diepe zwarte gat terechtkomt als dat van de banken.

Door de hoge rente zit Griekenland in een vicieuze cirkel die George Soros omschrijft als een "death circle". Grote tekorten en hoge schulden zorgen voor hogere rentetarieven ... waardoor de uitgaven weer stijgen ... en de tekorten uiteindelijk nog groter worden.

Er is geen uitweg meer uit deze val!

Ik vrees dat het slecht zal aflopen. Griekenland zal uiteindelijk in default gaan, hetgeen ook meteen het einde betekent van het nationale banksysteem.

Lokale banken bezitten behoorlijk wat staatsleningen en indien ze daar zwaar op moeten afboeken, zakt het financieel systeem als een pudding in mekaar.

Hiermee is de kans heel reëel dat de eurozone uit elkaar valt.

Delen Follow Tooike on Twitter

zondag 25 april 2010

onze overtuiging

De Belgische katholieke gemeenschap is in shock na de schuldbekentenis van Mgr. Vangheluwe. Wie de christelijke waarden nastreeft, kan niet anders dan verbijsterd zijn en zich vragen stellen. Wie gelooft die mensen nog? Wordt het geen tijd dat het celibaat wordt afgeschaft? Leidt het celibataire leven niet tot pervese ideeën, laat staan daden? Wat zal er nog uitkomen? Het zijn vragen die ik meermaals gesteld kreeg en die me er toe aanzet om deze tekst te schrijven.



Dat mensen zich vragen stellen, is begrijpelijk. Toch is het noodzakelijk en cruciaal dat pedofilie wordt losgekoppeld aan het priesterambt. Ik heb de afgelopen dagen vele artikels gelezen die deze stelling alleen maar kunnen bevestigen.


Theologe Katrijn Demasure raakte het onderwerp aan in het boek over Kerk en pedofilie: Als de draad gebroken is, waarin ze stelt dat men vaak ten onrechte redeneert dat het logisch is dat priesters kinderen misbruiken. Ze moeten vaak hun seksualiteit verdringen en dat leidt tot pervers gedrag. Dat klopt natuurlijk niet.


Demasure geeft zelf een andere reden waarom pedofilie de Kerk heeft aangetast: “Pedofielen hebben een zeer laag zelfbeeld. Om dat te compenseren, kiezen ze beroepen die een hoog aanzien hebben en die hen gemakkelijk toegang tot kinderen geven. Dus zie je hen vaak opduiken in het onderwijs, in de Kerk, in het jeugdwerk, …” Een stelling die beaamd wordt door de Duitse gerechtspsychiater Hans Ludwig Kröber: “Je wordt niet pedofiel bij gebrek aan seksuele contacten met volwassenen. Dan begint de man niet plotseling aan jonge jongens te denken. Je wordt dus net zomin pedofiel door priester te worden als je pedofiel wordt door kapper te worden.”


In de geneeskunde wordt pedofilie beschouwd als een pathologie, een ziekte waaraan iemand lijdt. Hoe pervers hun daden ook moge zijn, deze mensen moeten psychiatrisch behandeld en begeleid worden.


Ons christen-zijn vraagt juist een inspanning te leveren, hoe moeilijk dit ook moge zijn, om degene aan pedofilie lijdt te blijven helpen door hen bijvoorbeeld door te verwijzen naar psychiatrische hulpverlening. Wij kunnen immers geen christen zijn als we niet in staat zijn om onze naaste lief te hebben zoals onszelf. We moeten juist verhinderen dat deze man of vrouw nog verder kwaad doet.


Anders is gesteld is het met de functie die deze man of vrouw bekleedt. Zoals aangetoond moeten we deze kunnen helpen, maar we moeten zijn of haar functie direct, en al dan niet tijdelijk, ontnemen. Daar mag geen medelijden spelen. Het is ten zeerste bedroevend dat de man in kwestie 25 jaar aan het hoofd heeft gestaan van een bisdom. Daarmee bezoedelt hij niet alleen de functie van alle priesters en geestelijken, maar bovenal kleineert hij dagelijks zijn slachtoffer, wat verderfelijk is. Hier moeten we kordaat optreden en is de mogelijke persoonlijke relatie van secundair belang. We moeten stellen dat het genoeg is geweest. Daarom ook is het een heel positief gegeven dat onze kardinaal krachtdadig en accuraat heeft opgetreden. Dat zorgt ervoor dat het instituut Kerk stilaan haar juk aflegt van rigiditeit en onbeweeglijkheid. Onder haar goedkeuren heeft de Belgische bisschoppenconferentie de Commissie voor de behandeling van klachten wegens seksueel misbruik binnen de pastorale relatie opgericht die onafhankelijk kan werken, en die sinds kort geleid wordt door kinderpsychiater en rector Peter Adriaenssens.


Terugkomend op de vraag Wie moeten we nog geloven als zelfs de dienaars van God zich vergrijpen aan walgelijke daden, is eigenlijk vanuit ons christen-zijn een beetje verkeerd. Het gaat over wat wij geloven. Wij zijn christenen omdat we geloven in God, in het evangelie, en we willen de consequenties daarvan dragen doorheen de waarden en liefde die God en Jezus ons heeft getoond. Ons geloof is waardeloos als we slechts enkel en alleen geloven in de dienaars van God. Voor hen is de bijzondere taak weggelegd om ons nog dichter bij God te brengen. Dat kunnen ze pas doen als ze integer en oprecht liefdevol hun taak opnemen en volbrengen. En zoals aangetoond en bewezen is, zijn er hier, zoals in elke bevolkingsgroep, ook rotte appels die dienen verwijderd worden


Delen Follow Tooike on Twitter

maandag 19 april 2010

een opsteker

Belangrijker nog is dat de overwinning van Gilbert een opsteker is voor het Belgische wielrennen


De overwinning is een opsteker. Dat is een meevaller. Het had ook een afknapper kunnen zijn. Of een zoethouder, een misser of een uitglijer. Dat zou pas een giller zijn geweest.

Ik heb het over woorden die je niet zo vaak gebruikt in de frisse lucht, maar in verslagen schijnen ze wel te gedijen. En als je er even bij stilstaat, blijken ze best wel interessant, zoals meer dingen die woekeren in verborgenheid.

Het zijn zelfstandige naamwoorden, en zijn gemaakt van de stam van een werkwoord en de uitgang –er. Op die manier kun je er tienduizenden maken in het Nederlands waarbij iedereen meteen begrijpt waarover je het hebt. Een bloemschikker, een kontlikker, een cannabiskweker, een wielrenner. In al die gevallen krijg je een mannelijke persoon die zich ergens mee bezighoudt.

Sommige van deze woorden slaan niet op mensen. Ik denk aan de vliegenvanger, de grasmaaier, de wekker. Slechts zelden zul je twijfelen of het om een apparaat of een persoon gaat, maar bijvoorbeeld een vaatwasser en de sneeuwruimer kunnen voor de twee.

Merkwaardiger is dat het woord op –er soms aanduidt wie of wat het ‘slachtoffer’ is van de handeling. Een bijsluiter bijvoorbeeld is niet iemand die iets bij sluit, maar iets wat ergens bij gesloten wordt. Op dezelfde manier is een deurhanger iets wat aan de deur wordt gehangen.

Ten slotte kennen we er-woorden die de oorzaak aanduiden van de handeling in het werkwoord. Een giller doet ons gillen en een dijenkletser doet ons kletsen op de dijen.

We keren terug naar de opsteker. In tegenstelling tot de meevaller (die meevalt) en de zoethouder (die ons zoet houdt), zie je niet meteen wat de opsteker zou kunnen opsteken. Daar moet een andere verklaring voor zijn. Die vindt de taalkundige Paul Kempeneers in het rijksarchief in Leuven. Uit de Rekeningen van de drossaard van hertogdom Aarschot leert hij dat ene Jasper Verhofstadt ‘met eenen opsteker’ aangevallen werd in 1551. Vier jaar later een vergelijkbaar feit: ‘eenen ghenaempt henrick leysens anno XVCLV heeft eenen ghewondt ghehadt, gheheeten henrick koenen, met eenen opsteckere van achtere in zynen rugge.’

Een opsteker is dus een soort mes, een dolk. Het Woordenboek der Nederlandse Taal weet meer. Het woord is verwant met het Duitse Aufstecher en betekent ‘een werktuig waarmede men iets open steekt’ en dat doorgaans in een schede werd gedragen als wapen.

Je weet dat het cynisme me niet vreemd is. Dus als ik tegen je zeg: ‘ik steek een mes in je rug’, is het bedoeld als een opsteker.

Delen
Follow Tooike on Twitter

zondag 18 april 2010

splitsing IJsland

Gisterenavond zaten we iets te drinken op het terras van Klein Zwitserland in Sint-Maria-Latem. We genoten van de ondergaande zon. Net toen de zon de horizon bereikte, merkten we dat de lucht net iets anders was. De zon was eerder wazig en het rood er rond nam heel plaats in. Even waande ik me in Japan: het land van de rijzende zon en thans van de lentesneeuw. Echt, in Japan kan je deze verschijning meermaals bewonderen. Toen ik naast me keek, zag ik alweer mijn vrouwtje van Duitse origine en dat is eventjes een schokje. Of dit nu een ontgoocheling was of niet laat ik de wijselijke interpretatie van de lezer over.

Maar één ding heb ik wel vastgesteld. De invloed van de IJslandse vulkaan met een West-Vlaamse naam reikt wel degelijk tot hier. De Eyjafallajökull. Geeft toe, het is West-Vlaamse gebekt hé. Het is een naam dat je het best uitspreekt als je een hete patat in je mond stopt en je iets vermanend wil zeggen tegen iemand: “Moa vent toh, zie gie da nie, eyjafallajökull. En zo zette de Eyjafallajökull de toon van de avond in het samen-zijn met mijn vrouwtje.

In tegenstelling tot me associeerde ze de eruptie van deze vulkaan met Wouter Bos. Ik begreep haar link niet behalve dat hij knalrood is en de regering Harry Potter liet ontploffen. “Neen Tooike, je zit weer eens verkeerd,” zei ze met een schalks lachje dat me zoals de IJslandse gletsjer deed smelten. En ze me de link als volgt uit.

Doordat IJsland op de Oceanische rug ligt, wordt het land eigenlijk in tweeën gesplitst. De snelheid waartegen de splitsing zich voltrekt is 1 tot 2 centimeter per jaar, wat ook niet 5 minuten moed vergt. Wouter Bos blijkt een genie te zijn. Zijn politieke ster in Holland was tanende waardoor hij afscheid nam. Maar, wat niemand weet, is dat hij constant overleg pleegde met IJslandse meteorologen en vulkanologen en West-IJslandse politici. Hij werd op de hoogte gesteld dat de Eyjafallajökull op uitbarsten stond, dat de windrichting meestal westelijk tot noordelijk is en dat het land geografisch gesplitst zou worden. Van de Links-Groene meerderheidspartij, Vinstrihreyfingin-grænt framboð, kreeg hij terstond een partijkaart aangeboden. Dat die partij het feministische gedachtegoed uitdraagt en nauwe contacten heeft met Kristien Emmerechts en Benoîte Groult, is voor Bos slechts een pikant detail.

Hij zou een prominente rol verwerven in het politieke IJsland en dat is een uitdaging. Zijn opdracht is de scheiding helpen bewerkstelligen en premier worden van West-IJsland. Meteen dacht hij terug aan zijn meesterlijke zet van het eerste weekend van oktober 2008, toen hij het licht bij Fortis uitdeed en Lippens zijn doodskist bestelde met een gouden randje. Als premier van West-IJsland zou hij het ook zo verwoorden: “We hebben het goede deel er uit gehaald en er de juiste prijs voor betaald zodat Oost-IJsland er ook beter van wordt. Het toxische gedeelte is nu volledig ten lasten van het westelijke deel. Dankzij onze betaling, 16,8 miljard euro, kunnen zij hun probleem oplossen!” Met deze splitsing zullen de bilaterale relaties met London verbeteren. Gordon Brown haalt vandaag immers zwaar uit naar zijn IJslandse collega: “Send cash, not ash!” Dat het financiële hart van IJsland zich in het westelijke landsdeel bevindt, dit voor Bos een triviale opmerking, een voetnoot. Het IMF zal dat wel regelen.

Het was reeds donker geworden nadat mijn vrouwtje haar inventieve uitleg geopenbaard had. De bewondering voor haar nam toe. Alweer wat bijgeleerd van een vrouw. Wat houd ik van haar!

Delen
Follow Tooike on Twitter

maandag 5 april 2010

Madeliefjes

Ik daag iedereen uit die dit leest om het leven te leven en de wereld te bekijken met kinderlijke ogen. Iedereen bouwt zijn of haar carrière terecht verder uit. Op privévlak zijn we volop met ons gezinnetje en stellen alles in het werk om het morgen nog beter te hebben dan vandaag.
Deze drie aangehaalde voorbeelden zijn erg nobel, maar we dreigen onszelf meer en meer te verliezen. Wanneer denken we eens aan onszelf, al is het maar voor eventjes? Door onze, dikwijls verplichte, flexibiliteit staat onze levenselastiek voortdurend op spanning. En een elastiek dat op spanning staat, verliest na enige tijd rek. Ik ga wel enigszins kort door de bocht, want de dagelijkse liefde die we ontvangen van onze partner en kindjes is altijd verteterend en zwengelt onze daadkracht, inzet en onze liefde juist aan.


Maar hoevelen hebben zich de volgende vraag gesteld: “Zie ik mezelf graag?” Een vreselijk lastige vraag, vind ik dit. Leven we dan enkel om onszelf graag te zien? Dit beweer ik echt niet, want narcisme is toch iets anders dan zelfliefde. Neen, zelfliefde kan je mijns inziens het beste meten door de volgende stelling: gun jezelf datgene wat je aan de ander geeft. En daarmee is het vleugje egoïsme en egocentrisme meteen weg.

“Zie ik mezelf graag?” Zoals we onze kindjes willen beschermen en een assertieve opvoeding willen geven, zo moeten we ook bezig zijn met onszelf. Sterker nog, soms is het nodig om eens terug in de huid van onze zoon of dochter te kruipen en mee op ontdekkingstocht te gaan. Immers, een kind ontdekt zoveel nieuwigheden en kan er verrukt over zijn.


We zijn dit stadium ontgroeid en het leven rondom ons gaat maar voorbij. En net dan gebeurt het dat het leven ons terug raakt doorheen onze jonge kinderen. “Kijk mama, ik heb 5 madeliefjes voor jou geplukt. Kijk mama, hoe mooi ze zijn met hun blaadjes en het stengeltjes. Wil je ze in een bekertje water zetten?” Door het gebaar van een verrukt kind, worden we ontroerd. We zien elke dag madeliefjes, toch wanneer de natuur op haar mooist is. Maar letten we erop? Ik denk het niet of toch zelden.

Ons verrukt dochtertje of zoontje laat ons met hun ogen zien hoe een madeliefje er uit ziet. De ontroering kan groot genoeg zijn om ons een traantje te doen wegpinken. Op dat moment vergeten we de dagelijkse besognes en bezorgt ons een boost.


Vreemd toch dat we telkens een katalysator (vergeef me dit woord als vergelijking met kinderlijke en onschuldige wezentjes) nodig hebben om ons opnieuw te laten verwonderen. Het is dankzij onze onvoorwaardelijke liefde voor hen dat zij in staat zijn om ons te verwonderen. Waarom zou het dan niet mogelijk zijn om deze liefde ook te laten afstralen op onszelf. Net zoals deze liefde bijdraagt tot het geluk van onze kindjes, zo draagt het ook bij tot ons geluk.


Laten we opnieuw het pad van de verwondering inslaan en leef het leven. Het is ons gegund.

Delen
Follow Tooike on Twitter

zondag 4 april 2010

Ich habe ein Training gemacht, im jeden fall

Heb je ook zo genoten van deze editie van de Ronde van Vlaanderen? Het was een spektakelstuk zoals we dit vorig weekend met de E3-prijs en Gent-Wevelgem zagen.


Het hertekende parcours van de Ronde, zorgde wel voor enige reserve binnen het peloton. De rol voor helpers werd groter en je zag het ook. Toch viel de definitieve beslissing op een vreemde plaats: de Molenberg op 44 km van de streep. Daar trok Cancellara het hendeltje open en enkel Boonen kon aanpikken. De rest moest een vestje uitdoen.

Eventjes sloop er twijfel bij het kopduo want met nog tal van hellingen voor de boeg en met een voorsprong van o god ocharme 14 seconden was het toch wel link. Gelukkig sloegen ze de handen in elkaar en diepten ze de voorsprong geruststellend uit.

Vermits elke verstandhouding in het achtergroepje zoek was, demarreerde Gilbert op de Berendries. Enkel een knappe Leukemans kon volgen. Samen reden ze tegen 55 km/u, maar ze kwamen geen seconde op de TGV Boonen – Cancellara.

Op de voorlaatste helling van de dag, de Muur, trapte Boonen een paar tanden groter dan zijn metgezel. Iemand die groot trapt, vertoont tekenen van vermoeidheid. Cancellara bleef sterk in het zadel en op zijn sloffen reed hij weg van Boonen. Onze nationale kampioen weet als geen ander dat je het fenomeen Cancellara geen 15 meter geven, of je hebt het vlaggen. Dit gebeurde echter wel. Cancellara reed op een fenomenale wijze naar de mooiste zege van zijn rijkelijk gevulde palmares. Het sierde Boonen dat hij weerwerk bood, zodat hij niet werd ingelopen door Gilbert en Leukemans.

Is Cancellara een fenomeen? Ja. In de zomer 2008 was ik in topconditie en ik wilde me onderwerpen aan een professioneel onderzoek die de profs elk jaar ondergaan. Ik had geluk dat mijn proeven begeleid werden door een professor waarbij Sastre en Cancellara ook gingen. Ik kon dus mijn cijfers vergelijken met deze twee en de gemiddelde (sport)man.

Eerst werd gekeken naar het vetgehalte. Ik hoopte een normaal gemiddelde te kunnen halen van 18 tot 25%. Groot was mijn verrassing toen bleek dat ik een vetgehalte liet optekenen van 6,8%. De professor keek vreemd op, want als gewoon wielerliefhebber liep ik wel enig gevaar en ik moest wat kilo’s bijkomen.

Cancellara had toen een vetgehalte van slechts 3,9%. Het was meteen de enige waardemeter die aanleunde bij hem. Vermits hij professioneel verder begeleid en opgevolgd wordt, stelt er zich bij hem geen probleem.

Met een brede glimlach ging ik naar het marteltuig om mijn wattage te meten per kilogram. Maar de glimlach verdween toen ik er slechts 175 Watt kon uithalen bij hartslag van 189 slagen per minuut. Ter vergelijking: Cancellara kan 750 Watt ronddraaien waarbij zijn hartslag de mijne evenaart. Dit is een wattage om van te duizelen. Boonen in topvorm moet eigenlijk niet veel onderdoen. Ook hij behaalt 700 Watt. Met deze cijfers kan het niet anders dan dat Cancellara momenteel de compleetste renner is van het peloton.

Delen
Follow Tooike on Twitter
Site Meter