Impressie van de werkelijkheid
Een impressie van augustus vorig jaar
Gisteren om 15u30 besloten we om naar Le Cap Gris Nez te rijden. Hoe, wat, hoever? Het kon ons niet schelen. We hebben de tocht aangevat vanuit een laissez-faire-gevoel. En het gevoel dat ik had toen ik op Le Cap Blanc Nez stond was ergens te vergelijken met hetgeen wat ik voelde in Evolène, een klein bergdorpje in Zwitserland waar ik kon toeven met iemand die me zeer nauw aan het hart ligt. Het spijtige van de vooravond was de toeristische toeloop van mensen die soms de kunst niet verstaan om te zwijgen en zich over te geven aan de schoonheid van de natuur…
Daarna zijn we doorgereden naar Le Cap Gris Nez. Als je Le Cap Blanc Nez hebt gezien is de “kaap van de Grijze Neus” om te wenen: terug de toeristische toeloop en het is minder uitgestrekt. Nu ja, eraan toevoegend dat ik ergens verplicht ben de meest toegankelijke paden te gebruiken. Iemand die geen beperkingen heeft kan er zich via kleine paadjes onderdompelen in de pracht van de natuur. Maar toch is Le Cap Blanc Nez het mooiste dat ik die dag heb gezien…
In plaats van na het bezoek aan Le Cap Gris Nez terug te keren en ergens nabij Duinkerke iets te gaan eten, zijn we doorgereden, gewoon het gevoel volgend. In Boulogne sur Mer hebben we een gezellig restaurantje weten te vinden, om dan tegen 23 uur terug te keren. Wat daarna volgde, was onbeschrijfelijk…
We wisten dat we nog 220 km voor de boeg hadden en dat het vrij laat kon worden. Maar ach, wat gaf het. Eerst zijn we gestopt om naar een vuurwerk te kijken, daarna toen we het dorpje Escales naderden, vroeg ik aan mijn vriend even af te slaan naar Le Cap Blanc Nez. Om 23u30 hebben we ginds een wandeling gemaakt; de rolstoel lieten we wijselijk in de auto achter. Het was echt een kippenvel moment: geen kat te zien, oorverdovende stilte, enkel het geluid van het ruisen van de zee, de wind en onze gedempte voetstappen. Voor de rest niks: hemel vol sterren en in de verte de lichtjes van Dover en Calais. Dit moment had ik echt nodig om terug wat op adem te komen en ook wel om te dromen. Even alles loslaten noemen ze dit. Tja, je mijmert wel ergens weg, maar je bent in een staat van niet verlangen naar iets of wat dan ook. Dit is een contradictie, maar je begrijpt me wel denk ik. Pas in deze staat kan ik mezelf overtreffen: vanuit een staat van gelukzaligheid telt alleen nu; wat de dag erna brengt is van geen belang meer.
Het zijn op deze momenten dat je jezelf een beetje verliest in de werkelijkheid. Het panorama, het leven vanuit het gevoel, de nabijheid van iemand die met je mee wandelt geeft een totaal andere ingesteldheid. Een ingesteldheid die, mocht je het kunnen behouden, je nog een rijker leven zou kunnen bieden.
Waarom kunnen we slechts leven van deze schitterende momenten? Komt dat door onze zoektocht, onze staat van ongerustheid, verantwoordelijkheid? Waarom? Het is een vraag waarvan de oplossing misschien binnen handbereik ligt. Wie zal het zeggen? Maar, dit zoeken naar dat ‘iets’, wat het ook moge zijn, mag toch niet al te veel tijd meer in beslag nemen. Het is aan ieder van ons om een ketting te vinden die deze momenten elkaar kan rijgen. Maar, indien die ketting bestaat, zijn we dan in staat om ons te laten raken door zulke momenten? Ik denk het niet eerlijk gezegd. Je zal er ongetwijfeld een pak rustiger door worden, en je zal een boost krijgen van zelfvertrouwen, waardoor je jezelf op een gezonde manier weet te overtreffen, maar ergens zal je toch wel andere verwachtingen scheppen. Verwachtingen die vanwege hun onbereikbaarheid nu een innerlijke rust geven, maar later terug kunnen opduiken als een obstakel. Ik hoop echt hartelijk dat je deze innerlijke rust kunt vinden, en dat je om te beginnen op zoek gaat naar datgene wat je nu als een gigantisch gemis ervaart en waaruit je het gematigde kunt verlaten om terug dat bruisende dat je in jou hebt op te wekken.
Dat is een kleine weergave van wat ik gisteren heb mogen beleven, en die me de nodige kracht geeft om terug een eindje door gaan op dit elan.
De werkelijkheid
Eind 2004 heb ik een brief voor een vriendin geschreven met de volgende zin: “Als de kijk van anderen ons niet helpt om op de een of andere manier in ons de werkelijkheid van wat we zien te construeren, dan weten onze ogen niet meer wat ze zien”.
Als openingszin kan dit tellen; je hebt anderen nodig om de dingen die we zien te kunnen plaatsen. Door deze gedachtegang zijn we immers in staat gevoelens te hebben en aan te maken. Eigenlijk kan je stellen dat het alleen dankzij de ander is dat je gevoelens kunt hebben. Samen met de werkelijkheid die wij voortdurend construeren zitten onze gevoelens vast. Wat is nu de moeilijkheid? Doorheen ontmoetingen met anderen verandert de werkelijkheid voortdurend evenals de inherente gevoelens. En laat dat juist de oorzaak zijn van een zeker menselijk lijden. Het is een opgave om elke ervaring en elk gevoel te plaatsen, geloof me vrij.
Een ding moeten we blijven onthouden: de werkelijkheid is doorheen zijn constructie een illusie, een verzinsel. Ja, het doet heel goed wanneer wij een mooie ervaring kunnen delen met anderen. Indien deze ervaring zo intens en gelukzalig is, dan is de kans bestaande dat wij deze ervaring in een latere fase gaan uitvergroten of gaan idealiseren. Daarmee zetten wij onszelf vast, want dikwijls hebben wij het kader niet meer.
Is dit een pleidooi om onze idealen op te geven? Neen, maar met enige nuance. Vooral bij relationele gevoelens komen ideaalbeelden voort uit een gemis, een leegte. Dan dreigen wij onszelf te verliezen. Het is op dat moment heel belangrijk dat er iemand is die mee wandelt op het paadje van je onzekerheid en die je voor een stuk tegemoet kan komen. Indien de huidige relatie sterk genoeg is, dan kan die “iemand” je partner zijn. Waarom moet deze sterk genoeg zijn? Het is vanuit het vertrouwen dat je de pijnpunten van je relatie blootlegt. Want doordat je een belangrijke tekortkoming ervaart, erken je eigenlijk dat je met een gemis zit die je huidige relatie nog niet heeft opgevuld. Het gemis opvullen moet je echter een voldoening geven en moet van beide kanten komen. Dit is essentieel want je kan een ander geen gevoel blijven geven met het idee van “als zij of hij daarmee gelukkig is”. Door deze attitude dreigt de ander op middellange termijn tegen een muur te knallen, en voordat je het weet verzandt de relatie en komt het gemis en de leegte terug. Resultaat is tijdverlies en zelfkwelling.
Een andere optie is de confrontatie met de kern van de leegte aangaan, en daarmee bedoel ik je hart ten volle volgen. Dit vereist moed en je zal misschien terechtkomen in een stormachtig sfeer waardoor alles op losse schroeven komt te staan. De cruciale vraag hierbij is: kan “ik” het aan? Als je deze optie kiest, moet je echt eerst aan jezelf denken en het gepieker vooraf is nergens voor nodig want je kunt zulke situaties toch niet ten volle inschatten. Heb vertrouwen in jezelf en volg je hart. Dit doe je immers geen driemaal in je leven. Hierbij is het van belang denk ik dat je weet dat je altijd kunt terugvallen op echte vrienden die je daarin steunen.
Misschien getuigt dit stukje van naïviteit, maar waarom zijn wij toch zo bang bepaalde gevoelens te uiten? Als we bang zijn om een ander te verliezen, nemen wij een ootje met onszelf. Een ander verlies je niet zomaar of eigenlijk nooit op voorwaarde dat je juist communiceert en praat over (gemeenschappelijke) gevoelens. Als je iemand lief hebt is dit omdat je hem of haar respecteert om wie hij/zij is, diepe genegenheid toont en ook omdat de ander je een warm hart toedraagt. Dit lief hebben verandert niet als je op een juiste manier je gevoelens bespreekbaar maakt. Het kan juist zijn dat de gevoelens worden versterkt door ze bespreekbaar te maken.
Let wel dat ik geen voorstander ben van gratuite gevoelens. Gevoelens moeten bij elke persoon op de juiste plaats zitten vooraleer ze kunnen geuit worden. En als dat het geval is, hoeven we toch geen schrik te hebben voor onze gevoelens en voor de ander.
woensdag 30 december 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten